Het bidden van moslims
Indrukwekkende beelden. Moslims die massaal schouder aan schouder de gebeden verrichten, zich buigend naar de Ka’bah in Mekka, zich neerwerpend met het gezicht ter aarde, Arabische teksten prevelend, vijfmaal daags om zo de hele dag te leven in het besef van de aanwezigheid van de Schepper. Men zegt wel: Een moslim die niet bidt, is geen moslim.
Bidden is moslims voorgeschreven. Net als het vasten in de maand Ramadan. Ze behoren tot de vijf zuilen van de islam, d.w.z. de plichten waar iedere moslim aan moet voldoen. Misschien is het beter in plaats van bidden te spreken over het verrichten van de salaat, de rituele gebeden. Steeds staat in de koran dat werkwoord ‘verrichten’ er bij. Het gaat om een activiteit. Door op deze wijze te bidden wordt met woord- en lichaamstaal tot uitdrukking gebracht dat men zich ‘onderwerpt’ aan de Schepper. ‘Islam’ betekent letterlijk onderwerping.En verricht de salaat en brengt op de zakaat (armenbelasting) en buigt met de buigenden (soera/hoofdstuk 2:43 in de vertaling van Kramers).
Wee dan de salaat-verrichtenden, die hun salaat verzaken, die vertoon willen maken, en de leeftocht (hulp aan anderen) onthouden (soera 107).
Met dit laatste vers zien we al in de vroege islam kritiek op het bidden als vertoning en het bidden zonder je te bekommeren om anderen.
De inhoud van gebeden
Aan de verplichte gebeden gaat een oproep tot gebed vooraf. Wie zijn vakantie in een islamitisch land doorbrengt, beleeft dit ‘zingen’ als horend bij de exotische sfeer van het land. Of men ergert zich eraan om in alle vroegte wakker gemaakt te worden. Sommigen zien het als een aanleiding om uit bed te gaan en knielend God te danken voor een nieuwe dag. De gebedsoproep horen we tegenwoordig ook in Nederland op veel plaatsen. Niet zelden leidt dat tot spanningen in de buurt. Vertaald uit het Arabisch gaat het om de volgende woorden: God is groter. Ik getuig dat er geen god is dan God. Ik getuig dat Mohammed de boodschapper van God is. Kom tot het gebed. Kom tot het goede…
Bij het bidden gebruikt men hoofdzakelijk de woorden van de faatiha, de openingssoera van de koran. In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige. Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners, de erbarmer, de barmhartige. De heerser op de oordeelsdag. U dienen wij en U vragen wij om hulp. Leid ons op de juiste weg, de weg van hen aan wie U genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen (vertaling F. Leemhuis). Wij zijn geneigd te denken dat rituele gebeden met vaste formuleringen een grotere afstand tussen God en mens met zich meebrengen dan vrije gebeden. Professor Talbi, een vrome moslimgeleerde, bestrijdt dat: ‘Je kunt tot God bidden in liefde voor Hem. In deze stemming zeg ik de faatiha op, die de doe'a (= het smeekgebed) verre overtreft (...). De echte salaat is contact met God.’ Ook al is het verrichten van de salaat een opgelegde verplichting, voor veel moslims is het meer dan dat. Wie met moslims optrekt, merkt dat bidden beleefd wordt als een manier om God te danken voor zijn weldaden en te leven in het besef van Zijn grootheid en macht.
Spontaan beter dan sleur?
Is dat niet allemaal veel te positief? Is er niet veel wetticisme en werkheiligheid onder moslims? Het plichtmatige om vijfmaal daags in een vreemde taal te bidden leidt toch gemakkelijk tot een ritueel waar het hart niet bij is? Zeker, dat zal veel voorkomen. Maar het lijkt mij beter dat moslims daar vooral zelf naar kijken en dat wij proberen voor onszelf er lering uit te trekken.
Ik herinner mij een bezoek met een groep catechisanten aan de synagoge. De rabbijn sprak over het ritme van de dagelijkse gebeden en een catechisant vroeg of dat geen sleur teweegbracht. Was het niet beter spontaan te bidden? De rabbijn vertelde een verhaal. ‘Iemand nam zich voor om het ritueel los te laten en alleen te bidden als hij er behoefte aan had. Dat ging de eerste weken goed. Intens en met heel zijn hart bad hij trouw elke dag. Maar gaandeweg nam de tijd af die hij er voor reserveerde. Na een maand bad hij de ene keer driemaal per dag en de andere keer slechts eenmaal, naar behoefte. Na een jaar bad hij nog nauwelijks en was het vlammetje van geloof bijna gedoofd.’
Ingesleten gewoonten
Joden hechten aan vaste vormen, evenals moslims en trouwens ook christenen van de orthodoxe kerken in het Midden-Oosten. Men ervaart zulke vaste gewoonten als positief. Het gevaar voor ons westerse christenen, met name protestanten, is dat we met weinig tradities en rituelen en onze vorm-arm-heid, minder toekomen aan het onderhouden van gebed, bijbellezen, meditatie. We weten dat het in het christelijke geloof niet gaat om de vorm maar om het hart, niet om regels maar een Persoon. Maar zonder vaste patronen en vaste tijden, hoeft het niet lang te duren of het geloof gaat kwijnen.
Daarom is het goed om zuinig te zijn op goede gewoonten. Velen van ons zijn opgevoed met het bidden en lezen van een bijbelgedeelte aan tafel, soms met het zingen van psalmen en liederen. Velen maken gebruik van een dagboek. In veel gezinnen wordt met de kinderen gelezen uit een kinderbijbel. Dat kunnen ingesleten goede gewoonten zijn om de relatie met God te onderhouden en om Zijn woord dat nooit leeg weerkeert, tot je te laten komen.
Bijbelse waarden
In de bijbel lezen we van Daniël dat hij gewend was op een vaste plek en met een vaste regelmaat te bidden in de richting van Jeruzalem. ‘Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was.’ In het Nieuwe Testament lezen we van Cornelius, een godvruchtig man en vereerder van God, dat hij geregeld tot God bad. En van Petrus lezen we dat hij zijn gebeden trouw driemaal daags verrichtte. Tenslotte lezen we ook van Jezus dat Hij volgens zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge ging.
Zo kunnen bijbelse waarden opnieuw voor ons gaan leven door ontmoetingen met moslims. Deze manier van kijken naar hen en hun wijze van bidden, is heilzamer dan direct een oordeel te hebben en negatief te doen. Het kan ook leiden tot een hartelijk contact met mensen die zo hun geloof beleven en openingen creëren voor het gesprek over de God die wij hebben leren kennen in Christus en die ons vertrouwelijk leerde bidden tot Hem, de hemelse Vader.
Herman Takken - medewerker van stichting Evangelie & Moslims te Amersfoort
terug
