Leespreek E&M - Lucas 24:46-48 (ds. Marten de Vries, Rotterdam-Delfshaven, MAR)

De wereld wacht op het verlossende Woord

Liturgie
Ochtenddienst/Middagdienst

Bijbellezing: Lucas 24,36-53
Tekst Bijbellezing: Lucas 24,46-48

Zingen:
Lied 222 – na votum en zegengroet
Gezang 156 – na de wet
Psalm 67:2 – na bijbellezing
Gezang 48:3.4 – na preek I (profetie van Zacharias over Johannes de Doper)
Lied 75:7-9 – na preek II
Psalm 16:4.5 – na geloofsbelijdenis
Lied 481:1.2; 3 – voor en na collecten


Ook te zingen:
Psalm 98
Gezang 52:2
Gezang 64
Gezang 92 – ad belijdenis
Gezang 167 – canon
Gezang 131:1.2; 4.5.6.9 - ’s ochtends (begin)

In de tekst van de preek:
vette teksten voor op de beamer.
Aan het eind van de preek alle teksten voor op de beamer samen.



Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters,

Willen wij mensen bekeren? De Vader wil dat ze tot inkeer komen!
Ze vragen ons soms of het onze bedoeling is om moslims te bekeren. Wij gaan het gesprek met hen aan. Maar ze zijn soms wat wantrouwig. “Jullie willen ons toch niet bekeren hè?” Maar ook medechristenen willen het vaak weten. “Waarvoor organiseren jullie gespreks-groepen met moslims? Is het alleen maar om elkaar vrijblijvend te ontmoeten? Of proberen jullie je gesprekspartners ook te bekeren?”
Deze vragen kloppen niet. Goed, Jezus gaf tussen Pasen en Hemelvaart dit ‘zendingsbevel’: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.” Maar wanneer mensen discipelen van Jezus worden komt dat omdat ze zichzelf bekeerd hebben. En uiteindelijk omdat God hen door de Heilige Geest bekeerde. Doordat God mensenwoorden ‘kracht uit de hemel’ bijzette. En inderdaad, daar vragen we om. Het is ons voortdurend gebed. Want het is de wil van God de Vader dat mensen tot inkeer komen.

Willen wij ons gelijk krijgen? De Geest wil de Zoon in het gelijk stellen!
Wanneer vertegenwoordigers van twee religies in dialoogsetting uitwisselen wat hun le-vensovertuiging is, zijn ze dan bezig met een geestelijke krachtmeting? Gaat het erom dat zij of wij aan het langste eind trekken? Willen wij ons gelijk krijgen met ons geloof in Jezus Christus als Gods Zoon en Redder van de wereld? Zo zou ik het niet zeggen. En dat niet al-leen omdat je mogelijk een discussie kunt winnen maar intussen de persoon tegenover je kwijt raakt. Vooral omdat het niet gaat om ons gelijk. Dit is ook van belang om de juiste toon te treffen in het gesprek met ongelovigen in de Heer Jezus. Het gaat niet om het gelijk van mensen die elkaar treffen, maar om het gelijk van Gods Zoon. ‘De Geest van de waar-heid’ is met Pinksteren neergedaald om – zoals Jezus tevoren aankondigde – ‘de wereld duidelijk te maken wat gerechtigheid is’. Dat betekent dat Gods Geest Gods Zoon ‘in het gelijk stellen’ wil.

Zitten ze op ons te wachten? Het verlossende Woord is Jezus!
Toen ik tien jaar terug mijn bediening in Rotterdam begon, schreef iemand van de SPIOR (Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond) in het Rotterdams Dagblad dat geen moslim op mij zat te wachten. De man had een goed punt. Moslims zitten doorgaans niet te wachten op mensen die aan hen het evangelie kwijt willen. Naar mij of ons moeten ze overigens ook helemaal niet uitkijken.
Intussen, een beetje moslim verlangt wel naar vergeving. Zelfs om het bloed van Christus. Ze zitten te wachten op Jezus, Gods verlossende Woord. Niet dat ze dat zélf zo beleven, maar omdat God het zo ziet. Al eeuwen. “De eilanden zien naar zijn onderricht uit”, orakelde de profeet Jesaja, langer vóór de geboorte van Christus dan Mohammed erna op het toneel kwam, over ‘de dienaar van de HEER’ , op weg naar de wereld.

De wereld wacht op het verlossende Woord, dat…
- niet van gisteren is
- om bekering vraagt.
Boven de preek staat:
DE WERELD WACHT OP HET VERLOSSENDE WOORD
Dat Woord
- is niet van gisteren
- vraagt om bekering.

HET VERLOSSENDE WOORD IS NIET VAN GISTEREN
Gisteren waren Jezus’ discipelen zijn getuigen
“Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen”, zei Jezus. “Gij zijt getuigen van deze dingen”, lazen we in de oudere vertaling. Jezus benoemt aan het eind van de 40-dagen-tijd na Pasen zijn trouwe metgezellen tot ‘getuigen’. Eventueel ‘martelaren’ voor de zaak van Christus; dit Nederlandse woord is van het Griekse ‘martus’ afgeleid.

Jezus overtuigde zijn sahâbah
Jezus overtuigde al vóór zijn sterven zijn sahâbah (dat is een islamitische term voor de mensen die Mohammed persoonlijk hebben meegemaakt) dat Hij werkelijk de beloofde Messias was, ‘de Zoon van de levende God’. En na zijn opstanding dat Hij moest lijden en sterven, “om zijn glorie binnen te gaan” – zoals Hij tegen de Emmaüsgangers (eerder in Lucas 24) zei. In de rechtszaak van de eeuw (van de hele nieuwtestamentische ‘bedeling’) mochten zij ‘gisteren’ getuigen zijn.
Oor- en ooggetuigen. Zoals de apostel Johannes die zijn eerste brief zo begint: “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is.”

De evangelieverhalen zijn betrouwbare hadieths
Matteüs en Johannes hebben hun evangelieverhaal op papier gezet. Evenals Marcus, de neef van Barnabas die het verhaal van Petrus noteerde. En dokter Lucas, evenals Marcus reisgenoot van de Paulus, die na Jezus’ hemelvaart het licht zag en tot apostel werd geroe-pen.
Het ‘evangelie’ – op z’n Arabisch: ‘Indjiel’ – is niet het boek dat – voorafgaande aan de Koran – op Jezus is neergedaald uit de hemel. (Dat is de islamitische voorstelling van zaken.) De vier evangelieverhalen zijn betrouwbare hadieths: overleveringen over ‘de daden en het onderricht’ (niet van Mohammed maar) van onze Heiland. Een viervoudig – dat wil zeggen: dubbel en dwars betrouwbaar – getuigenis dat Jezus Gods vleesgeworden verlossende Woord is.

De cirkels werden steeds wijder
“Wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij ge-tuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.” Op de dag van zijn troonsbestijging herhaalt Jezus nog eens zijn woorden die Hij sprak toen Hij aan zijn discipelen verscheen. “Te beginnen in Jeruzalem”; na de stad ook het ‘ommeland’; vervolgens het gebied van de Samaritanen, met een religie die leek op die van de Joden maar toch weer verschillend was; toen naar wat nu Turkije heet; en naar Europa.
De cirkels werden steeds wijder. Het getuigenis kwam steeds verder. De mannen van het eerste uur brachten het verlossende Woord van God tot ver buiten de grenzen van het oude beloofde land. “De verste landen slaan het gade hoe God zijn volk met heil bekroont.”

Vandaag hebben wij de mond vol over Jezus
Dat was gisteren. Maar ook vandaag heeft de kerk – als zij kerk is – de mond vol over Jezus. “Wij geloven één heilige, katholieke en apostolische kerk”. De kerk is er niet alleen voor zichzelf. Ze bestaat niet in de laatste plaats om het getuigenis uit de eerste hand door te geven. Wanneer het straks Pinksteren is, vieren we dat het bevrijdende nieuws van Jezus nog steeds als een lopend vuur over de wereld wordt verspreid. En wanneer jongelui belij-denis doen, beloven ze ‘belijdende leden’ te zullen zijn. Getuigen van hun Redder.

De Pleitbezorger maakt duidelijk wat ‘gerechtigheid’ is
Op deze manier maakt de Pleitbezorger ook vandaag duidelijk wat ‘gerechtigheid’ is. Dat Jezus, al werd Hij erom veroordeeld, blijkens zijn opstanding uit de dood in zijn recht stond toen Hij Zichzelf ‘de Zoon van God’ noemde. De via de profeet Joël al door de Vader beloofde Heilige Geest maakt aan jong en oud duidelijk dat door Jezus de schande van de zonde volkomen weggenomen wordt.
‘De volle waarheid’ die ‘de Trooster’ aan het licht brengt is dat Jezus ‘het ware licht’ , ‘het licht voor de wereld’ is. ‘Het levende brood dat uit de hemel is neergedaald’. Dat Hij zijn lichaam dat Hij aannam eraan gaf om mensen ‘vergeving van de zonden, opstanding van het vlees en eeuwig leven’ te geven. En dat zonde ongeloof in Jezus is.

“As-salâmu `alaykum”, zegt Jezus
“As-salâmu `alaykum”, zegt Jezus wanneer Hij plotsklaps te midden van zijn leerlingen staat. Vrede met God door de Heer Jezus Christus. Vergeving van zonden door zijn bloed. Geen vrede door onderwerping aan de voorschriften van de sjarie’a, maar door Hem in wie Gods wet zijn doel vond. ‘Het einde der wet’ , op wie de wet is uitgelopen. En niet alleen de Wet van Mozes, maar evenzeer de Profeten en de Psalmen.

Eergisteren spraken de Schriften boekdelen
Het verlossende Woord waarop de wereld zit te wachten is niet van ‘gisteren’. Van de tijd van Jezus’ eerste discipelen. Het is zelfs van ‘eergisteren’, van de tijd van het Oude Testa-ment, dat vol van Jezus is. ‘De Wet en de Profeten’, dat is een Nieuwtestamentische uit-drukking voor het Oude Testament. De Heer Jezus gebruikt in zijn gesprek na Pasen de volledige aanduiding van Thora, Profeten en Geschriften.

Over Jezus
Alle boeken die tot dan toe zijn geopenbaard – en waarin moslims zeggen te geloven – zijn vol van Jezus. Van Genesis tot Maleachi ‘evangelie’. Zoals Jezus ook al tegen de Joden had gezegd: “U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij.” Het begon met de ‘moederbelofte’. Het eindigde met de aankondiging van de profeet Elia. Johannes de Doper die, als de heraut van Gods Zoon, zoals voorzien door Jesaja opriep tot inkeer om zo vergeving van zonden te krijgen.

Over Goede Vrijdag en Pasen
“Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood”. Het mysterie van mijn geloof is niet dat van een wonderbaarlijk heilig boek, zoals bij mijn moslimvrienden. “Het grote mysterie van ons geloof”, schrijft Christus Jezus’ apostel Paulus aan zijn medewerker Timoteüs, is ‘ongetwijfeld’ dat Gods Zoon “is geopenbaard in een sterfelijk lichaam”.
Dat neemt niet weg dat de door God geïnspireerde Heilige Schrift , ook al is zij ‘gedreven door de Heilige Geest’ over eeuwen te boek gesteld, een verbijsterende samenhang ver-toond. Onlangs vierden we Goede Vrijdag. Het was de hele dag Psalm 22. Het “Eli, Eli, lema sabachtani?” De spot dat God Hem maar moet redden als Hij Gods lieveling is. Het ver-dobbelen van zijn kleren.
Een paar dagen later was het Pasen. Psalm 16 werd waarheid: “U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.” En op beide dagen Jesaja 53: “Hij zal met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en Zich tot de zondaars liet rekenen.” Daarna Psalm 110, de hemelvaart: “De HEER spreekt tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand.”

Over Gods plan met de wereld
We luisteren nog even secuur naar Jezus: “Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle vol-ken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden verge-ven.” Dus: niet alleen spraken de Schriften boekdelen over Jezus, over zijn lijden en op-standing. Ook over de verkondiging. Dat de hele wereld het verlossende Woord te horen zou krijgen.
‘De dienaar van de Heer’ heette al eeuwen ‘een licht voor alle volken’ , dat amnestie zou brengen. Vrijmaking voor mensen, gevangen in het donker. Dat redding zou brengen ‘tot aan de einden der aarde’. De oude Simeon had het onthouden. Ter gelegenheid van de toewijding van Jezus in de tempel zong hij over ‘een licht geopenbaard aan de heidenen’. Gods verlossende Woord waarop de wereld zit te wachten werd al aan Abraham verkondigd. In zijn nageslacht zou God zegen over de wereld brengen.

ZINGEN: Gezang 48:3.4

De wereld wacht op het verlossende Woord, dat…
- niet van gisteren is
- om bekering vraagt.
Maar – en dat is het tweede:
HET VERLOSSENDE WOORD VRAAGT OM BEKERING

Alle volken worden opgeroepen
‘Te beginnen bij Jeruzalem’. Dat is even speciale aandacht waard. De stad die Jezus verwierp krijgt als eerst de oproep om zich te bekeren. Om vergeving van zijn zonden te krijgen. God is bijzonder genadig. We zien ook dat mensen die de blijde boodschap te horen krijgen niet perse die mensen zijn die van nature erop uit zijn om Jezus aan te nemen. Integendeel.
Vandaar dat het ook niet vreemd is dat vervolgens “álle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen”. Zodat ook oude profetieën over de vijanden van Gods volk die Sion ‘Stad van de HEER’ noemen in vervulling gaan. God had vanouds en Jezus heeft van-daag de volken op het oog.

Jezus heeft de volken op het oog
Het is niet waar dat de islam de eerste wereldreligie is, bestemd voor de hele mensheid. Jezus zelf ging al grenzen over. “Joden gingen niet om met Samaritanen”, Hij sprak met een Samaritaanse; een vrouw nog wel. De ‘grote daden’ die God door Jezus Christus deed werden toen de Heilige Geest werd uitgegoten dadelijk in alle talen van de wereld verkon-digd. Trouwens, toen Jezus aan het kruis hing stond in het Hebreeuws, Latijn en Grieks: in de volkstaal, de toenmalige wereldtaal en de ambtelijke taal dat Hij de Koning was.

God heeft door Christus de wereld met Zich verzoend
De apostel Paulus schrijft ergens dat “God door Christus de wereld met Zich heeft verzoend: Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend”. Dat betekent dus ook echt mensen van ‘alle landen en volken, van elke stam en taal’. Ook mensen van wie zouden denken dat ze wel nooit christen zullen worden, had Jezus op zijn hart toen Hij omhoog geheven werd.
Als God met Jeruzalem raad wist... Als God u en mij met Zich verzoenen kon… Wanneer Hij Paulus van vervolger van de kerk tot verkondiger van het evangelie wist te maken… Zou Hij dan niet alle mensen van de hele wereld ‘uit de duisternis roepen’ kunnen ‘naar zijn won-derbaarlijke licht’?

Iedereen moet zich bekeren
Maar mensen moeten zich wel bekeren. Tot inkeer komen. Een afkeerling worden. (Deze term is gangbaar bij moslims voor mensen die de islam verruilen voor het christelijk geloof.) God verzoent. Maar daarop klinkt de oproep: “Laat u met God verzoenen”.

Het valt niet mee om ‘moslim’ te zijn
Je bekeren is niet makkelijk. Wie dat niet begrepen heeft, heeft geen recht van spreken wanneer hij anderen oproept tot bekering. ‘Tot inkeer komen’ om vergeving te krijgen be-tekent dat je helemaal niets meer van jezelf verwacht. Dat je volledig ‘moslim’ wordt, in de letterlijke zin van het woord. ‘Overgegevene’ betekent het eigenlijk. En dan niet maar aan een pakket regels en wetten. Dat is nog niet zo moeilijk. Maar aan Jezus Christus die je alles uit handen neemt.

Het is de Geest die je bekeert
Toch kan het. En niet alleen de rijke Lydia, die zich al aangetrokken voelde tot het geloof van de Joden en geraakt werd door de verkondiging van Paulus. Ook Laila, die zich afgesloten heeft voor de leer van de christenen. In beide gevallen is het de Heer die het hart moet openen. Het was Jezus die het verstand van de discipelen ‘ontvankelijk maakte’ voor ‘het begrijpen van de Schriften’. Het is de Geest die jou bekeert waarop jij tot bekering komt. Jij doet belijdenis maar hebt dat aan de Heer te danken.

Wij mogen het evangelie niet voor onszelf houden
Over bekering gesproken, dat begint dus bij onszelf. De wereld wacht op het verlossende Woord. Wanneer wij dat voor onszelf houden, is dat reden tot bekering. Tot hervorming. Tot reformatie van de kerk.

Schaam je voor je valse schaamte!
Iedereen moet de oproep ontvangen om ‘in de naam van Jezus’ in te zien dat hij of zij zich-zelf niet redden kan. Wanneer jij je daarvoor schaamt, is dat een valse schaamte. Je schaamt je voor Hem die de schande van jouw zonden op Zich nam. Je misgunt de ander werkelijke rust, die alleen bij Jezus te krijgen is. Dáárvoor zou je je moeten schamen. Niet dat anderen jouw religie raar vinden. Achterhaald, tegenstrijdig en niet geloofwaardig.

Stel je dienstbaar op aan de dienaar van de HEER
‘De dienaar van de HEER’ kwam om zondige mensen van dienst te zijn. Precies zoals de Heilige Geest ‘gesproken had door de profeten’. Wij mogen Hem van dienst zijn, die nu in de hemel is. Die het werk dat Hij op aarde afrondde – door Lucas beschreven in zijn eerste boek – voortzette vanuit de hemel – het begin ervan lees je in Lucas’ boek Handelingen. Op wie de mensen zitten te wachten. Niet omdat ze het zelf beseffen. Maar omdat God zelf het eeuwen voor Christus heeft gezegd.
Amen


Beamerteksten

Inleiding
- Willen wij mensen bekeren? De Vader wil dat ze tot inkeer komen!
- Willen wij ons gelijk krijgen? De Geest wil de Zoon in het gelijk stellen!
- Zitten ze op ons te wachten? Het verlossende Woord is Jezus!

Thema:
De wereld wacht op het verlossende Woord, dat…
1) niet van gisteren is

Gisteren waren Jezus’ discipelen zijn getuigen
- Jezus overtuigde zijn sahâbah
- De evangelieverhalen zijn betrouwbare hadieths
- De cirkels werden steeds wijder

Vandaag hebben wij de mond vol over Jezus
- Wij zijn een apostolische kerk
- De Pleitbezorger maakt duidelijk wat ‘gerechtigheid’ is
- “As-salâmu `alaykum”, zegt Jezus

Eergisteren spraken de Schriften boekdelen
- Over Jezus
- Over Goede Vrijdag en Pasen
- Over Gods plan met de wereld 

2) om bekering vraagt

Alle volken worden opgeroepen
- Jezus heeft de volken op het oog
- “God heeft door Christus de wereld met Zich verzoend”

Iedereen moet zich bekeren
- Het valt niet mee om moslim te zijn
- Het is de Geest die je bekeert

Wij mogen het evangelie niet voor onszelf houden
- Schaam je voor je valse schaamte!
- Stel je dienstbaar op aan ‘de dienaar van de HEER’

terug