Preek - Bereid om verantwoording af te leggen (ds. H.J. Messelink)
Stel je eens voor hoeveel blijdschap het zal geven om mensen in de hemel te begroeten die daar, natuurlijk door Gods genade, maar ook via jouw persoon zijn gekomen.
Liturgie
LvK 457;
Schuldbelijdenis en genadeverkondiging;
NG 80;
Ps 34: 1,5,6;
Lvk 481: 1,2;
wet;
Ps 85:4;
NG 37
Lezen: 1 Petrus 3:8 - 4:6; tekst: 1 Petrus 3: 15.Gemeente van de Heer Jezus Christus,
Inleiding (evt. aan het begin van de liturgie)
Zal er iemand zijn die dankzij u naar de hemel gaat? Zal er straks in de hemel iemand tegen u kunnen zeggen: "Ik wil je bedanken. Ik ben hier omdat jij genoeg om me gaf om me het goede nieuws te vertellen"?
Stel je eens voor hoeveel blijdschap het zal geven om mensen in de hemel te begroeten die daar, natuurlijk door Gods genade, maar ook via jouw persoon zijn gekomen.
Preek
De eeuwige verlossing van 1 enkel mens is belangrijker dan al het andere dat u in uw leven zult bereiken. Dat las ik bij Rick Warren. En daar gaat het vanmorgen over.
God geeft je een boodschap om te delen. God wil door u en mij heen spreken tot de mensen om ons heen. De duivel wil je het zwijgen opleggen. God wil dat je naar niet-gelovigen kijkt zoals Hij dat doet: met het verlangen om te redden.
Leeft dat in uw hart: het verlangen om te redden? Als gemeente van de xxx willen we in elk geval met de Koning op weg-en dan wel zo dat veel anderen met ons meegaan. We willen missionaire gemeente zijn. We zullen binnenkort ook echte welkom-diensten gaan beleggen om nog meer mensen in xxx te bereiken met het mooiste nieuws dat er bestaat. Dat verlangen leeft diep in ons.
Ons zendingsveld is niet maar Kenia -dat ook-, maar is allereerst xxx. Hier wonen duizenden mensen die God niet kennen. En we zeggen niet: jullie zoeken het zelf maar uit. Nee, we zijn met hen begaan: zonder God ben je verloren, jullie gaan ons aan het hart.
Petrus noemt het: Altijd bereid tot verantwoording van de hoop die in u is.
Bent u dat? Ben jij dat? Ben ik dat?
Misschien zeg je: zeker, ik vind het heerlijk om over Jezus te vertellen; ik zie ook bij mij in de straat belangstelling voor het evangelie; ik kan er eigenlijk niet over ophouden. Ik weet dat dat gebeurt. Prachtig! Maar je kunt ook een beetje beginnen te schutteren: ja, dat zou wel moeten, maar…..Maar, ik durf niet; dat is niks voor mij; ik zie me al op mijn buurman afstappen. Ik ben zelf veel te onzeker. Ik heb zo weinig te bieden. Ik ben te oud. Ik ben te jong. Ik ben bang. Ik schaam me eigenlijk om er echt voor uit te komen dat ik christen ben. Gemeente, het is goed om daar eerlijk over te zijn. We schrijven er elkaar niet om af. Het is ook goed om erover na te denken hoe je dat kunt ontvangen: die bereidheid om verantwoording af te leggen.
Daar gaat het vanmorgen over.
Die mensen, aan wie Petrus zijn brief schrijft, vonden dat heus ook niet gemakkelijk. En zij hadden nog meer reden dan wij om zich terug te trekken achter de geraniums of zich aan te passen aan de mensen om hen heen. Er werd nogal over hen gepraat; er werd kwaad van hen gesproken, ze werden belasterd. En dat is niet leuk. Want je kunt dan wel gelovig zijn, maar als er zo beroerd over je gesproken wordt en met je gedaan wordt, dat zelfs het woord 'lijden' gaat passen, wat moet je dan? Je kunt je dat trouwens wel een beetje voorstellen. De gemeente bestond uit mensen die nog maar net hun oude leven hadden opgegeven. Dat was me een feestleven: losbandigheid, drinkfestijnen eetgelagen, sexfeesten in verband met de afgoden.
Daar deden ze dus niet meer aan mee.
Nou, zegt Petrus, dan moet je er niet gek van opkijken dat je vroegere vrienden het maar raar vinden als je daar niet langer aan meedoet. Je breekt met hun leven. En dus wordt er over je gepraat; en niet zo zuinig ook. En dat voel je. Want daar ben je ook als gelovige niet immuun voor. En wat zegt Petrus dan? Wat voor advies geeft hij: hou je maar een paar jaartjes stil? Val voorlopig maar even niet op? Bemoei je nergens meer mee? Deze storm gaat wel voorbij? Nee. Maar Petrus zegt ook niet: ga er maar dwars tegen in. Hij zegt iets waar ze mee verder kunnen en waar ook wij iets aan hebben. Hij vraagt: hoe kun je nou die angst, die vrees voor mensen, die soms heel vijandig kunnen zijn, hoe kun je die nou bestrijden? Door Christus als Heer te heiligen in je hart. Ik wil daar even wat dieper op ingaan. Vrees niet voor mensen maar heilig Christus als Heer. Dat is eigenlijk een aanhaling uit Jesaja 8, om precies te zijn vers 12 en 13. Daar zegt Jesaja tegen koning Achaz: je moet niet bang zijn voor mensen; nee, de HERE van de hemelse legermachten, Hem zul je heilig achten en Hij moet het voorwerp van je vrees zijn. Stel je even voor: die koning Achaz zit tussen 2 vuren. Hij wordt bedreigd door buurlanden Israel en Syrie-hij is er doodsbenauwd voor. Aan de andere kant is er de dreiging van het wereldrijk Assyrie. Hij kan niet beide bedreigingen tegelijk afwenden. Wat zal hij doen? Als hij Assyrie te hulp troept, kan hij zijn buurlanden aan, maar wordt hij tegelijk door datzelfde Assyrie ingepakt. Als hij dat niet doet, lopen die beide buurlanden over hem heen. Achaz komt er niet uit. Hij staat te trillen op zijn benen. In die situatie stuurt God Jesaja als profeet naar hem toe. Met de boodschap: volk en koning van Juda, hou toch op bang te zijn voor Assyrie of voor Israel en Syrie. Denk aan God de HERE van de hemelse legers. Hem moet je hoog hebben, Hij moet het voorwerp van je ontzag zijn. Denk d'r om: de dreiging van Boven is veel groter dan die van de aardse machten. Als je God tegen je krijgt! Zorg er dus maar eerst eens voor dat je Hem in het middelpunt van je leven zet, dat je Hem de eer geeft die Hem toekomt, dat je Hem de meest bijzondere plek in je leven geeft. Dan hoef je nergens meer bang voor te zijn. Als je God te vriend hebt, is geen muur in je leven te hoog. Dat is Jesaja. En dat zet Petrus nu midden in zijn bemoediging van de gemeente. Hij zegt: ik snap wel dat jullie het moeilijk hebben en zomaar heel bang bent voor de boze wereld om je heen. Maar: heilig in je hart de Christus als Heer. Hij geeft het dus een positieve lading. Bij hem staan niet langer, zoals bij Jesaja 2 soorten vrees tegenover elkaar, vrees voor de vijand en vrees voor de Here. Hij maakt deze tegenstelling: geen vrees voor de mensen maar heiliging van de Here in je hart. Diep respect voor Jezus als Heer verdrijft de angst. Aha, mooi is dat! Petrus jaagt je dus niet op. Hij bemoedigt. Hij zegt: jij bent bang hè. Jij durft niet zo goed. Jij krijgt al de bibbers als je eraan denkt dat je over God moet gaan spreken; of je denkt: als ze heel agressief zijn? Als ze me klem zetten? Je maakt je zomaar erg druk om hoe het met jou zal gaan! Je bent bang voor de mensen en trekt je maar het liefst terug in je veilige huisje. En nou ga ik je niet opjagen: je zult en je moet. Nee, ik ga je een vraag stellen: wie is de Here eigenlijk voor jou? Is het zo dat jij diep in je hart de Here heilig acht? Wat is dat? Dat is toch vooral dat Hij je alles is geworden: jouw Redder en Heer en dat Hij op de troon zit van je hart; niet meer je eigen 'ikje', niet meer eigen baas. Hij heeft het voor het zeggen. Hij is de Heer van je leven, en dat begint in je hart. Het centrum van je persoon. Het gaat er om dat jij als persoon, zoals jij bent, dat jij de Here Jezus toegelaten hebt op de troon van je hart. Moet je nagaan wie er dan op die troon zit: de Christus, God zelf, en Hij is de Heer van hemel en aarde. Niemand kan tegen Hem op. Prachtig toch als je die keuze maakt om Hem als Heer te erkennen. Het gaat hier om de echte persoonlijke aanvaarding van de Here Jezus als je Heer en je Koning. Heilig Hem, erken Hem, daar moet je voor kiezen. En dan ben je zelf helemaal veilig. Stel je toch voor dat de Heer van de hele wereld in jouw hart woont; wie of wat kan je dan nog iets maken? Dan moeten al die andere heren en bazen, van angst, van controle over je leven hebben, van je ikje, van je hoogmoed, van je eigenwijsheid, die moeten allemaal van de troon af! Moet je nagaan wat dat voor een verandering diep in je betekent. Alles wordt op z'n kop gezet. Het geeft ook een enorme rust: Jezus leeft en regeert in mij, gelukkig. Hij is de Baas. Hij legt ook de liefde van God in je hart: dat je graag voor God wilt leven. Het leven wordt daar ook heel ontspannen van: ik hoef het niet zo nodig meer te maken. Nota bene: de Heer van hemel en aarde is in mij, woont in mijn hart. En ik gun Hem die plaats. Ik zeg het tegen Hem: U maakt de dienst uit in Mij, U wil ik in elk geval niet teleurstellen, op U vertrouw ik in alle omstandigheden. Dat is dat heiligen: groot denken van Jezus als Heer in jouw hart. Dat moet je gewoon even letterlijk voor je zien. Dat diegene die zijn leven voor jou gaf, die voor jou de dood overwon, die alle macht heeft in hemel en op aarde, dat die in jouw kleine leventje is gekomen, al die machten van de troon duwt en zegt: laat Mij jou maar regeren. Ik heb toch allang laten zien hoeveel Ik van je houd? Laat Mij nou maar je leven stuur geven. En dan geef je Hem het stuur in handen. Je laat het zelf los, je hoeft niet meer voor je eigen geluk te zorgen, je geeft je over aan Hem, dat is een daad, hoor! Dat moet je in je leven ook een keer doen! En dan toon je diep respect voor deze Koning. Hij is de hoogste Heer. Dat je toch bij Hem in dienst mag zijn. Kijk, snap je nu waar Petrus naar toe wil? Hij zegt: jij maakt je druk om wat er niet allemaal kan gebeuren. Je bent diep in je hart bang voor de mensen; je trekt je graag terug. Ik snap het, zou Petrus zeggen, want ik ben net zo. In Galaten 2 lezen we dat Paulus Petrus verwijt dat hij bang is voor de Joden en daarom niet meer samen eet met heidenchristenen. Zie je wel, Petrus is van dezelfde soort als wij. En juist die Petrus beseft dat je angst niet bestrijdt met de zweep, maar met liefde en ontzag voor God. Als je bang bent voor de mensen, denk dan eerst goed aan Wie Jezus is, hoe Hij in je leven wil zijn; bouw in de omgang met Hem een diep respect voor Hem op: U bent zo groot Here Jezus, zoveel groter dan al mijn angsten en onzekerheden. En dan ga je bidden: Here God, neem mijn hart weer in, stort uw liefde in mij uit, door uw Geest, vul mijn hart opnieuw met heilig vuur, herstel mijn eerste liefde. Laat het weer mijn zorg zijn dat ik op U let, dat ik mij op U richt, naar U luister, dat ik uit ben op de heiliging van uw naam. Dan is het uw zorg hoe mijn leven gaat, dan zult U mij de goede woorden in de mond leggen, dan drijft uw liefde mijn vrees uit; dan geeft U mij de bereidheid om verantwoording van de hoop, die in mij is, af te leggen. Leven in respekt voor de Heer van je hart maakt je gewillig om antwoord te geven op allerlei vragen. Want dan besef je: ja maar, deze Heer wil ook koning zijn in het hart van mijn buurman, van mijn vriend, van mijn collega. Als je zo op Jezus let, word je bereid gemaakt om in je gedrag en je spreken zijn liefde te laten zien en uit te zijn op behoud van de ander. Dan kun je antwoord geven, rekenschap afleggen van de hoop die in je is. Ja, want daarin onderscheid je je juist van niet-gelovigen dat je een geweldige toekomstverwachting hebt: de erfenis van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Die hoop doet je anders leven; je vindt andere dingen belangrijk dan de ander; je maakt andere keuzes, bv als je verkering hebt en wacht met sex tot je getrouwd bent; als je niet meedoet met vuile praat op je werk; als je integer en betrouwbaar wilt zijn en niet sjoemelt met geld. Als je je zondag anders besteedt dan een ander; als je morgen zegt: wat ik gisteren deed, o, ik ging naar de kerk, samen met de gemeente God ontmoeten. Heerlijke zondag. Als je eerlijk je fouten vertelt en vergeving vraagt. Als je kunt laten zien dat ook in verdriet en pijn God aan het werk is in je leven; als je zorgt voor de ander die in problemen zit. Dat je laat zien ook in ziekte en bij verlies: ik verwacht alles van de Here. De hoop van ons leven doet ons vertrouwen op God. En daar valt ongelooflijk veel over te vertellen. Het respect voor de Heer op de troon in je hart geeft je een heel andere houding dan de vrees voor wat de mensen wel niet zullen zeggen. Dat leert je ook met andere ogen naar je naaste te kijken. Met de ogen van God. Kijk naar die ander niet als een vijandig iemand maar als iemand die God nodig heeft, die het belangrijkste mist in zijn of haar leven; stel je toch voor dat je naar iemand kunt kijken niet als niet-gelovige, maar als nog-niet-gelovige. Dat geeft een heel andere kijk op je naaste. Dat helpt je ook om in de eerste plaats voor die ander te bidden. Gebed is het belangrijkste instrument voor onze missie in de wereld. Paulus vroeg aan de gemeente in Colosse: bid voor ons dat God een deur voor ons woord opent om te spreken van het geheimenis van Christus. Iemand schreef: mensen kunnen onze liefde weigeren of onze boodschap afwijzen, maar tegen onze gebeden zijn ze weerloos. Jezus bad-Johannes 17-voor allen die door het woord van de discipelen in Mij gaan geloven. Het gebed gaat aan het spreken vooraf. Waarom: omdat het bidden laat zien dat je alles van God verwacht. Hij alleen kan deuren en harten openen. Stel je toch voor dat jij de enige bent die jouw buurman, jouw vriend, jouw collega noemt bij God! Onder de aandacht brengt van God. En denk er aan hoe hopeloos en uitzichtloos uw eigen leven was als u Jezus Christus niet zou kennen. Dan vergeet je niet dat mensen nog zo succesvol of tevreden over kunnen komen, maar dat ze zonder Christus op weg zijn naar de eeuwigheid zonder God. Als je zo om je heen kijkt, weet je: iedereen heeft Jezus nodig. Zo kun je bidden, ook voor jezelf: Here geeft U me mogelijkheden om hem of haar te vertellen over U. Zo stel je jezelf in dienst van God en wil je een bruikbaar instrument zijn in Gods hand. Dan geef je je ambities, je dromen, je verwachtingen aan God over en je gebed verandert; niet meer: Here, zegent U wat ik wil doen; maar: Here helpt U me te doen wat U zegent. Want je gaat dan belangrijk vinden wat God belangrijk vindt. God is uit op redding en je mag je wil en je verlangen één maken met Hem.
Brs en zrs, rekenschap geven van de hoop die in je is; vragen oproepen, door je anders-zijn en anders-spreken, en die vervolgens beantwoorden, nieuwsgierige vragen, spottende vragen, maar: vragen. Daarvoor moet je in gesprek; en daarvoor is weer nodig dat je mensen ontmoet, relaties opbouwt, dat je niet opdringerig en dwingerig bezig bent, maar geduld hebt en bereid bent om te luisteren. Te luisteren naar de vragen van een ongelovige collega, of een teleurgestelde vriend of een kritische oudere. Leren luisteren om het verlangen te ontdekken dat achter veel kritiek en bitterheid verborgen zit. Niet boos en geprikkeld reageren maar zoals Petrus zegt: zachtmoedig en in diepe eerbied voor God. Dat betekent ook: anders durven zijn; misschien moeten we juist vandaag als christenen ons wel veel meer onderscheiden door een heel eigen stijl van leven, ook in de besteding van ons geld en onze tijd, in soberheid en eenvoud. Misschien hebben we ons in veel opzichten al wel al te veel aangepast aan de wereld om ons heen. Zodat we helemaal niet meer opvallen. Heilig je Christus als Heer in je hart, dan houdt dat ook in: wat vind je belangrijk? Waar ga je voor in je leven? Hoe laat je dat zien in je manier van leven? Dat laatste was juist wat de mensen in Petrus'tijd deed opvallen. En in onze tijd komt het daar ook steeds meer op aan. En wat zou het ongelooflijk mooi zijn als door jouw of mijn leven en getuigenis anderen Jezus Christus leerden kennen; als er straks iemand in de hemel je opwacht en zegt: ik wil je bedanken voor je gebed en je houding en je woorden: want zo ben ik tot God gekomen. Maar dat begint hier: met eerbied voor de Here. Respect voor God verjaagt angst voor mensen. Brs en zrs, God is nog steeds op zoek naar mensen die Hem zijn toegewijd, die Hij kan gebruiken. Mag Hij u inschrijven?
Amen
Preek van Ds H.J. Messelink - Zwolle Zuid
Preek van 2005
Graag melden aan ds H.J. Messelink waar en wanneer deze preek is gelezen in een kerkdienst
