Stephan Haak - Zoutportret
Praten over je geloof of contactleggen met andersdenkenden. Voor veel mensen een van de grootste barrieres in hun christen-zijn. Is die gene terecht? En reageren niet-christenen doorgaans wel zo afwijzend als christenen blijkbaar verwachten? We vragen het aan Stephan Haak (44), gereformeerd vrijgemaakt, die voor zijn werk veel langs de weg zit, maar en passant ook op ongedwongen wijze contact legt met mensen om hen de een vroeg, de ander later te ontdekken aan Gods liefde voor de wereld en voor hen persoonlijk.
Ik geloof dat God mensen waardevol vindt
‘In de verkoop wordt ons geleerd: praat nóóit over geloof, politiek of iets in die geest. Maar dat zijn nou net m’n favoriete onderwerpen! Persoonlijk ben ik van mening dat het spreken over iemands hobby’s net zo intiem is als vragen naar zijn geloof. Uit alle facetten van een gesprek komt informatie en als ik een mogelijkheid zie om Gods liefde voor mensen te laten zien, dan ga ik dat niet uit de weg.’
Stephan Haak is getrouwd, heeft samen met zijn vrouw Alice vijf kinderen en is in het dagelijks leven technisch adviseur/annex vertegenwoordiger. Daarnaast heeft hij een kleine groothandel zonder voorraadbeheer aan huis. Regelmatig rijdt hij zijn witte Hyundai-busje van de oprit om een ronde langs oude en nieuwe klanten te maken.
Ooit verdiende hij het gezinsinkomen in zijn eentje. Dat betekende dat hij, als manager van een middelgroot industrieel bedrijf, voor zijn werk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat van huis was. Nadat hij die baan buiten zijn schuld kwijtraakte (de kantonrechter oordeelde dat het ontslag onterecht was) en hij een half jaar doorbetaald maar gedwongen thuiszat, gingen zijn gezin en geloof weer voor hem leven. ‘Ik had alle tijd om na te denken en zat met veel vragen. Waarom moest dit gebeuren? Iedereen was tevreden, de klantenomzetten stegen en toch verloor ik mijn baan! Er was – ook in de ogen van de kantonrechter – geen goede verklaring voor mijn ontslag. Maar langzamerhand ging ik inzien dat God het was die had ingegrepen.’
Hij werd meegevraagd naar een mannendag en stond daar niet negatief tegenover, uitgerangeerd als hij zich voelde. ‘Achteraf is het mij duidelijk geworden dat God rigoureus in mijn leven heeft ingegrepen, dat Hij mij heeft stilgezet en mijn leven een andere wending gaf. In die periode ging ik voor het eerst echt serieus bijbellezen. Eén van de eerste dingen die ik las, was de geschiedenis van David en Salomo. Ik dacht: als Salomo mocht bidden om wijsheid, dan mag ik dat ook.’
‘Vanaf dat moment is bijbellezen nooit meer hetzelfde geweest. Het maakte grote indruk op mij, dat voor mij bekende tekstgedeelten ineens een diepere bodem bleken te hebben. Ik kon er nauwelijks mee stoppen. Het was de periode waarin mijn vrouw me soms om vijf uur ’s nachts maande om nu toch eindelijk eens te gaan slapen.’
‘Mijn geloof heeft zich in die tijd enorm verdiept. Ik heb zoveel liefde ervaren van God. Vroeger zag ik Hem vooral als Iemand die mij beperkingen oplegde. Als een strenge Vader. Nu zie ik Hem als enorm liefdevol. Net als de meeste aardse vaders wil Hij zijn kinderen beschermen voor ellende. Kinderen zien de geboden van hun vader vaak als inperking van hun vrijheid. Terwijl hij ze juist geeft om ze te beschermen tegen gevaren. Dat is een totaal ander beeld.’
Stephan stelt zich in zijn huidige baan allereerst dienstverlenend op. ‘Mijn werk is adviseren. Vijftig procent van de klanten weet niet eens waarvoor je komt. Daar stap je gewoon naar binnen en je zegt: we zijn een bedrijf dat u kosten en tijd wil besparen. Geeft u ons maar aan waar u dit wilt besparen, dan komen wij met een voorstel als wij mogelijkheden zien. Of: wat wilt u beter, of anders? Veel klanten willen graag dat je problemen voor ze oplost. Vaak komen ze dan ook met andere vragen. Eigenlijk komt het van het een in het ander. Het gaat er om hoe je met mensen omgaat. Je werkt vanuit een vertrouwensbasis. Ze vinden het bijzonder dat je niet allereerst komt om je product te verkopen. Bij onze marketingtechniek staat het vragen stellen voorop. Dat ervaart de klant ook als serieus. Ik kom niet mijn eigen productverhaaltje opdringen, maar ik vraag ze: waar mag ik jullie mee helpen? Hoe doe je het momenteel en hoe zou je het anders willen?’
Waardevol
‘Geïnteresseerd zijn in een klant, en dan geméénd geïnteresseerd, dat begint al bij de receptioniste. Je geeft haar een hand, want ook zíj is waardevol, niet alleen degene die je gesprekspartner wordt. Als er teamwork is in een bedrijf, dan betekent het dat je met een heel team zaken doet. Of je haar nu aan de telefoon krijgt, of je moet via haar een bedrijfsleider spreken of een directielid, zij is onderdeel van de keten. Als je voor je werk ergens binnenkomt en je begint met de receptionist een hand te geven, dan merk je aan de reactie dat het niet gebruikelijk is. Meestal reageren ze verbouwereerd.’
Stephan heeft hierbij geen commerciële overwegingen. ‘Ik ben een van de weinigen in de firma die dit doet. Ik weet dat anderen het inmiddels ook toepassen, maar dan puur uit marketingoogmerk. Ik doe het vanuit de overtuiging dat ieder mens respect verdient. En wil je een opening vinden voor een gesprek over je christen-zijn, dan moet je beginnen met het tonen van respect naar anderen. Waarom? Omdat God mensen waardevol vindt. Als Hij ze van zoveel waarde vindt dat Hij zijn Zoon ervoor liet kruisigen, dan mogen wij Hem daarin volgen. Dan is het geven van respect en waardering wel een van de minste dingen die je kunt doen.’
Dat kun je gelijk betrekken op evangelisatiewerk in het algemeen. Je kunt je buren niet met Jezus Christus bereiken als ze je niet aardig vinden. Als je geen respect toont, geen waardering. Als jij ze als tweederangs behandelt, dan is de deur voor Jezus ook op slot. Dat is even zwart-wit gezegd, want God kan alles openbreken. Maar anders blijven het holle woorden. Waarom? Ze zien er dan geen liefde achter. Er is altijd een vertrouwensbasis nodig, wil je informatie kunnen overbrengen. Nou, als iets informatie is, dan is het wel het evangelie.’
Ik maak vaak mee dat bij bedrijven een bordje staat: vertegenwoordigers alleen op afspraak. Daar loop ik juist naar binnen, want daar zijn ze geen vertegenwoordigers gewend. Dan stel ik me als zodanig voor aan de receptioniste en dan zeg ik: ik heb geen afspraak. Maar tijd is kostbaar en we kunnen er in twee minuten achterkomen of we interessant zijn voor elkaar en of we wel of helemaal geen afspraak gaan maken. Maar heeft de bewuste man of vrouw twee minuutjes? Omdat ik haar een hand heb gegeven, pakt zij de telefoon en eist gewoon dat de bedrijfsleider even naar beneden komt. Ze vindt je aardig, sympathiek en ze gaat moeite voor je doen. Er is nog nooit een bedrijf geweest waar dat bordje staat, waar je niet direct een goed gesprek hebt. Zo zitten we als mensen blijkbaar in elkaar.’
Het winnen van iemands vertrouwen hoeft niet altijd maanden of jaren te duren. Soms kan het binnen een minuut. Haak: ‘Als ik een wildvreemde op straat aanspreek – en dat doe ik in het kader van een koopavondenproject – met: mag ik u een vraag stellen? Dan antwoordt tachtig procent met ja. Vanaf het moment dat ze ja zeggen, heb je met zes tot acht van de tien mensen een goed gesprek. Waarom? Je hebt ze eerst netjes gevraagd óf je ze iets mag vragen. Je bombardeert ze niet gelijk plat met informatie, nee, je hebt eerst interesse in de persoon. Hoe denkt u over … En dan komen de mensen vaak heel open en eerlijk met wat ze bezighoudt. Ik zeg niet dat de situatie tien jaar geleden zo was. Maar momenteel staan veel mensen open voor een gedachtewisseling over onderwerpen als zingeving.’
Visitekaartje
Op een regenachtige avond bracht Haak een bezoekje aan iemand in een psychiatrische kliniek. Hij raakte in de regen de weg naar de uitgang kwijt en informeerde bij twee vrouwen. De ene was totaal de kluts kwijt, de ander verontschuldigde zich daarvoor. Ze zei hem, dat ze hem graag nog eens wilde spreken, waarop Stephan haar zijn visitekaartje gaf. Op een dag voegde ze de daad bij het woord en belde op. ‘We spraken af in de Oliekruik, een ontmoetingscentrum waar ik die avond moest zijn. Ze was Italiaanse en bleek de weduwe te zijn van de man die voorheen de ijsrevues van Holiday on Ice produceerde. Met deze man en zijn revue had ze de hele wereld over gereisd. Na zijn dood was ze moederziel alleen achtergebleven en geestelijk ingestort. Ze vertelde die avond iets van haar levensverhaal en kwam regelmatig terug voor gesprekken. Ze bleek nog vage herinneringen te hebben aan een katholieke jeugd. Na een aantal maanden vroeg ze me of ik haar wilde begeleiden nu ze binnenkort uit de kliniek zou worden ontslagen en weer op eigen benen zou komen te staan. Ik heb daarin toegestemd, maar wel verteld dat mijn tijd beperkt was, zodat ik per week niet meer dan een paar uur ter beschikking had. Het trof me dat ze ondanks haar intelligentie en onconventionele leven zó eenzaam bleek. Uiteindelijk hielp ik haar bij de complete inrichting van haar appartement, bezoekjes aan de arts, de administratie. Of ging op haar verzoek af en toe mee uit eten.’
‘Vlak voor de zomervakantie had onze kerk een project, waarbij we nieuwe testamenten in het Frans, Engels etc. mochten meenemen om weg te geven als we op vakantie in het buitenland waren. Omdat de Franse bijbels al op waren, nam ik een Italiaanse mee. Ik heb het toen voor haar verjaardag aan deze weduwe gegeven. Ze overleed vrij plotseling. Toen ik samen met haar stiefzoon uit Duitsland de flat leegruimde, viel me dat bijbeltje op haar nachtkastje op.’
Stephan heeft regelmatig gesprekken over het geloof. ‘Ik denk dat negentig procent van m’n klanten weet dat ik christen ben. Met velen van hen heb ik urenlange gesprekken over geloof en over alles wat ze beweegt in deze wereld. Het valt op als je zaken doet op een integere manier. De klant merkt het als ze bijvoorbeeld vragen om een monster van een product. Dat je dan niet meteen duizend liter stuurt, maar een kannetje van tien of twintig liter. Terwijl ze de ervaring hebben, dat, als ze geen hoeveelheid noemen, ze overladen worden. Dat wordt me dan ook gevraagd: waarom doe je dat, waarom denk je niet aan zichzelf? Andersom schenken ze me hun vertrouwen. En vertellen het ook door de telefoon als ze zich rot voelen, als ze in scheiding liggen. Maar ik sta daar ook voor open en sluit me niet af voor moeilijke gesprekken. Dat komt omdat ik zelf veranderd ben. Ik denk dat anderen zoiets merken. Ik maak er ook geen geheim van.’
‘Tijdens een gesprek met een vestigingsmanager kwam ik erachter dat hij met mijn schoonvader had gewerkt. Hij vond het zo bijzonder dat deze zo trouw was, steeds op tijd, altijd correct en dat je ook erg met hem kon lachen. Christenen, zo zei hij, dat is toch een apart slag mensen met een hoge arbeidsmoraal. Ben jij ook christen? Dat bevestigde ik. Hij zat met veel vragen. We hebben het helemaal niet over producten gehad, maar over zijn familieomstandigheden en allerlei privé-zaken. Hij wilde graag een keer uitgebreid over het geloof praten. Ik zei: dat kan altijd. We gingen ergens wat eten en intussen stelde hij me duizend en één vragen over het christen-zijn. Hij was zelf geen christen, maar wilde weten waarom ik geloofde. Dit gesprek kwam voort uit een verzoek. Maar veel vaker kom ik bij bedrijven die klant zijn en val ik binnen op een moment dat ze bijvoorbeeld net bezig zijn met een ontslagprocedure. Soms vragen ze me dan om raad. Dan vertel je hoe je daar als christen mee om zou gaan. Ik begeleid daar ook wel klanten in: hoe doe je dat; wat is integer en wat valt er nog te redden.’
‘Een ander klaagt over personeel dat producten verspilt. Dan vraag ik door naar het hoe en waarom en vertel dat het niet eens nut heeft om producten in een sterkere samenstelling te gebruiken dan nodig. Ik biedt soms aan om een training te verzorgen in de omgang met producten. In hoe om te gaan met producten, met veiligheid etc. Dan ervaart zo’n bedrijf dat je er zelf ook tijd en energie in wilt steken. Dat het je niet alleen te doen is om iets te ontvangen, maar dat je er ook iets tegenover wilt stellen. Mensen voelen dat direct aan: vraagt hij iets voor de schijn, of is hij werkelijk in mijn problematiek geïnteresseerd. Wil hij écht helpen, of zijn het verkooppraatjes.’
De Oliekruik
Stephan komt al jaren in De Oliekruik, een gelegenheid waar veel daklozen en (ex-) psychiatrisch patiënten worden opgevangen. ‘Ik vond het zinvol om er heen te gaan, met mensen te praten, kortom, ik raakte met hen bewogen. Als je nagaat dat ik ooit in een test 2% op het onderdeel sociaal scoorde…. dat is gewoon asociaal! Ik denk dat het uiteindelijk dus God is, die in je leven ingrijpt en je ingeeft: ga het verlorene zoeken.’
Eén van de eersten die hij er sprak was een meisje dat in sociaal-emotioneel opzicht sterk verwaarloosd was. ‘Ik vertelde haar dat elk mens zijn eigen gaven en talenten heeft en dat ieder mens waardevol is voor God. Dat was voor haar een openbaring. Ik adviseerde haar om iets te gaan doen, vrijwilligerswerk of een hobby. Ze bleek tekenen leuk te vinden. In de psychiatrische kliniek waar ze destijds verbleef, was een zeefdrukkerij. Nog geen drie weken later kwam ze terug met de eerste zeefdrukken van haar hand. Ze zagen er zo mooi uit dat ik haar adviseerde ze ter verkoop aan te bieden. Haar kaarten werden uiteindelijk in verschillende winkels verkocht. Geleidelijk groeide haar zelfvertrouwen en langzamerhand kwamen we verder in gesprekken over God. Ze had eigenlijk geen goed vaderbeeld. Ik heb haar een tijdje begeleid in haar functioneren. Ook als tweede aanspreekpunt voor de kliniek. Dat bleek niet lang meer nodig. Ze kwam al snel op eigen benen te staan. Onlangs heeft ze weer contact met me opgenomen. Ze vertelde me dat ze dicht bij God leeft. Dat ze ervaart dat ze geen wegwerpproduct is, maar dat ze waardevol is en nu de vrijmoedigheid heeft om met mensen te spreken. Ze is niet aangesloten bij een kerk of gemeente, al bezoekt ze wel kerkdiensten, maar ze weet wel hoe ze tot God moet bidden. Laatst vroeg ze me of ze me iets mocht laten lezen uit haar dagboek. Ze kon al weken niet goed slapen. Ik had haar aangemoedigd om te bidden en te vragen aan God of Hij zich aan haar wilde bekendmaken. Ze bleek dat gebeden te hebben. Ze vertelde me dat ze een stem hoorde, en dat ze toen snel haar dagboek had gepakt om op te schrijven wat ze had gehoord. Ze liet me zien wat ze had opgeschreven: Ik wil jouw vader zijn en ik wil voor je zorgen, want je bent mijn kind. Ze begreep daar niets van: ‘Maar dat kan helemaal niet, zei ze: mijn vader is al lang dood!’ Toen kreeg ik tranen in mijn ogen. Ik zei: maar dat zegt Gód tegen je. Hij is die stem die tegen je sprak!’
Reageren mensen wel eens spottend of sarcastisch? Stephan: ‘Dat maak ik eigenlijk nauwelijks mee. Maar als iemand zo reageert, dan zie ik dat ook als onderdeel van het gesprek. Als iemand ‘Jezus’ zegt, dan is dat voor mij een aanleiding om er serieus op in te gaan. Dan zeg ik: zeg maar Stephan. Of: hoe zou je het vinden als ik jouw moeder er bij zou halen? Al ken ik ze maar een halve minuut. Ja, later kun je er niets meer van zeggen. Of het nu passend is of niet, dat interesseert me niet. Het gaat me er ook niet om of zo iemand klant wordt ja of nee, dat is niet belangrijk. God zorgt er voor dat je niets te kort komt. Daar heb ik ook voorbeelden genoeg van.’
